Groep 4, woordpakket 6

Woorden met ou en ouw

   bouw      gebouw      hout      jou      jouw      kou      koude      mouw      nou      oude      ouder      touw      trouw      vrouw      zout   
???

1. Dit hek is van gemaakt.
2. Ik heb deze pen van geleend.
3. Ik bevries bijna van de .
4. Ik heb liever chocomel dan warme.
5. Kom je ? Ik sta al een half uur op je te wachten.
6. Dit is mijn fiets en dit is mijn nieuwe.
7. Jij bent 5 weken dan mij.
8. Dit is geen zoete drop, maar deze is .

9. Is er iets mis met de van dit huis?
10. Dit is wel een heel hoog .
11. Volgens mij is dit pen.
12. Er zit iets in de van de goochelaar.
13. Ik heb nodig om dit op te hangen.
14. Jij moet zijn aan mij als je iets beloofd.
15. Die twee mensen zijn man en .