Taalactief groep 6
4.3 Dagboek
Lees eerst de zin.
Staat de zin in de tegenwoordige tijd? Zet dan de letter t in het blok VOOR de zin.
Staat de zin in de verleden tijd? Zet dan de letter v in het blok VOOR de zin.
Schrijf de persoonsvorm in het blok ACHTER elke zin.
1. Samuel en ik hielpen in de winkel.
2. Mama staat heel gek op de foto.
3. Ik verveelde me gisteren.
4. Door de file reden we heel langzaam.
5. Ik schrijf in mijn dagboek.
6. Ik heb nog geen slaap.
7. De klant was doof.
8. Hij begreep mij niet.
9. Oom Kees steekt vuurwerk af.
10. Ik stop nu met schrijven.
Antwoord controleren
OK